Assurantiekantoor Korthouwer

Verzekeringen Hypotheken Pensioenen Financieel Advies



 

 

 


De directeur-grootaandeelhouder

 

Degene die zijn onderneming drijft door middel van een BV, wordt op grond van zijn aandelenbezit als directeur-grootaandeelhouder (DGA) aangemerkt. Hoewel het begrip DGA als zodanig niet in alle relevante wetten wordt gedefinieerd, heeft het bezitten van een substantieel pakket aandelen wel degelijk gevolgen voor diverse fiscale en sociaalrechtelijke bepalingen. De gevolgen voor de inkomstenbelasting, de sociale verzekeringen en het pensioen komen daarbij aan om de hoek kijken.

 

I De directeur-grootaandeelhouder als aanmerkelijk belanghouder

Een DGA heeft een dubbele relatie met een BV. Enerzijds heeft een DGA zeggenschap door het aandelenbezit in de BV, anderzijds is de DGA in dienst van de BV. De 'zeggenschap' is afhankelijk van het aandelenbezit. Als dit aandelenbezit boven de 5% ligt, kwalificeert het aandelenbezit als een aanmerkelijk belang voor de heffing van inkomstenbelasting.

Een aanmerkelijk belang is aanwezig indien een belastingplichtige, al dan niet tezamen met zijn partner, direct of indirect:

  • voor ten minste 5% van het geplaatste kapitaal aandeelhouder is in een vennootschap waarvan het kapitaal geheel of ten dele in aandelen is verdeeld;
  • rechten heeft om direct of indirect aandelen te verwerven tot ten minste 5% van het geplaatste kapitaal;
  • winstbewijzen heeft die betrekking hebben op ten minste 5% van de jaarwinst van een vennootschap, dan wel op ten minste 5% van wat bij liquidatie wordt uitgekeerd;
  • gerechtigd is tot ten minste 5% van de stemmen uit te brengen in de algemene vergadering van een coöperatie.

Voor de aanmerkelijk belangregeling is het al dan niet zijn van directeur (of 'gewoon' werknemer) niet relevant. Iedere belastingplichtige die aan de voornoemde eisen voldoet, wordt in de inkomstenbelastingheffing betrokken voor het 'belastbaar inkomen uit aanmerkelijk belang'. Het belastbaar inkomen uit aanmerkelijk belang wordt in beginsel in box 2 belast tegen een tarief van 25%. Belastingheffing vindt plaats over reguliere voordelen en over vervreemdingsvoordelen. Tot de reguliere voordelen behoren de inkomsten uit de aanmerkelijk belangaandelen, zoals dividend. Het vervreemdingsvoordeel is de winst die behaald wordt met de verkoop van aanmerkelijk belangaandelen.

 

II De directeur-grootaandeelhouder en de sociale verzekeringen

De directeur, die tevens grootaandeelhouder is, wordt voor de werknemersverzekeringen niet als werknemer aangemerkt en is derhalve niet verzekerd volgens de Wet Werk en Inkomen naar Arbeidsvermogen (WIA), de Werkloosheidswet (WW) en de Ziektewet (ZW). De reële gezagsverhouding, die een essentieel kenmerk is van een dienstbetrekking, ontbreekt immers. De staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft een besluit uitgevaardigd om aan te geven wie als grootaandeelhouder in de zin van de werknemersverzekeringen wordt beschouwd. Hierbij is zoveel mogelijk aangesloten bij de richtlijnen die in het verleden door de Federatie Bedrijfsverenigingen zijn afgegeven. Het gaat om de volgende personen:

de bestuurder die, al dan niet samen met zijn echtgenoot, houder is van aandelen die tenminste 50% van de stemmen in de algemene vergadering van aandeelhouders vertegenwoordigen;

  • de bestuurder die, al dan niet samen met zijn echtgenoot, houder is van een zodanig aantal aandelen dat deze, gelet op de regeling van het stemrecht in de statuten niet tegen zijn wil geschorst of ontslagen kan worden door de overige aandeelhouders;
  • de bestuurders die ieder een gelijk of nagenoeg gelijk aantal stemmen kunnen uitbrengen;
  • de bestuurder van een vennootschap waarvan tenminste 2/3 van de aandelen door zijn bloed- of aanverwanten tot en met de derde graad gehouden.

Enkele verschillen tussen pensioenopbouw in eigen beheer en verzekerd pensioen:

  • bij het voeren van eigen beheer wordt de liquiditeitspositie van de onderneming (nog) niet aangetast;
  • de waardering van de pensioenverplichting op de fiscale balans geeft geen reëel inzicht in de werkelijke hoogte van de verplichting;
  • bij een verzekerd pensioen loopt de DGA niet het risico dat de verzekeraar niet meer aan haar verplichtingen kan voldoen;
  • bij volledig verzekerd pensioen zijn de pensioenopbouwmogelijkheden ruimer dan bij (gedeeltelijk) eigen beheer;
  • ten aanzien van de kosten is er bij verzekerd pensioen sprake van een schaalvoordeel doordat de kosten over een grotere groep verzekerden wordt gespreid.

Met een combinatie van pensioen in eigen beheer en verzekerd pensioen, het zgn. hybride pensioen, kan vaak een beter pensioen worden opgebouwd.

Alles onder één dak voor particulieren en MKB.